

2016: Een bewogen jaar op muziekgebied. Voor mij een jaar dat sterk gedomineerd werd door jonge en opkomende artiesten, evenals nieuwe ontdekkingen.
In de categorie jong en verrassend vinden we The Dream Is Over van PUP en Celebrate van Tiny Moving Parts. Twee vrij jonge bands in het emo/pop-punk genre die op hun nieuwe albums precies bleven doen wat ze met hun eerdere muziek ook deden: heerlijk moshbare tunes uitbrengen die bovendien tot de emoties spreken.
Voor indiepop band The 1975 was 2016 het jaar van de grote doorbraak. Hoewel een albumtitel met de lengte van ‘I Like It When You Sleep, For You Are So Beautiful Yet So Unaware Of It’ commercieel succes bijna in de weg zou lijken te staan, betekende dit voor de Britse band de stap van grote zalen naar stadions. En terecht – een vibe als deze is nieuw in de charts, en de uniqueness van de band een meer dan welkome afwisseling hierin.
In de categorie debuutplaten bracht Frank Carter met zijn Rattlesnakes het verrassende ‘Blossom’ uit. Carter is een frontman als geen ander, zoals hij met Gallows en Pure Love in het verleden al liet zien; maar met The Rattlesnakes lijkt hij het perfecte evenwicht te hebben gevonden tussen agressief en melodieus, tussen spektakel en integriteit. En alsof dat nog niet genoeg was komt volgend jaar januari opvolger ‘Modern Ruin’ alweer uit. Ook nieuw in de scene zijn de jonge Britten van Trash Boat. Hun debuutplaat is getiteld ‘Nothing I Write You Can Change What You’ve Been Through’ en werd geproduceerd door The Wonder Years’ frontman Dan Campbell. De moderne poppunkinvloeden zijn zeker terug te horen op deze plaat, maar wat er vooral uit spreekt is een eerlijke en ontroerende songwriting en een sfeervolle plaat die vooral als geheel uitzonderlijk is.
Cultfavorieten American Football brachten hun (derde) self-titled album uit: ‘American Football’ (2016) is een testament aan hun eerdere plaat uit de jaren ‘90, en overtreft dit tegelijkertijd op vele vlakken. Een beklemmend album, maar met als aangename verrassing loepzuivere vocalen. Aan de andere kant van het revivalspectrum zagen we punkveteranen Descendents een energiek en afwisselend album afleveren in de vorm van ‘Hypercaffium Spazzinate’. Volledig herkenbaar als Descendents, toch heerlijk om nieuw materiaal te hebben.
Moderne (indie)punk werd vertegenwoordigd door onder andere Joyce Manor, die op derde album ‘Cody’ zichzelf meer laten kennen op deze plaat. Desondanks sluit het sfeermatig perfect aan op hun eerdere wapenfeiten, hoewel met rustiger momenten en meer muzikale afwisseling. Dit deed ook het Australische Trophy Eyes met ‘Chemical Miracle’, een plaat waar slechts sporadisch nog de Trophy Eyes van eerdere nummers op terug te horen is – zanger John Floreani laat breekbare vocalen horen, en het geheel doet meer denken aan de ambient sound van emo shoegaze dan aan de hardcore / punk rock. Een gewaagde zet, maar een enorm succesvolle.
‘Uniek’ waren mijn ontdekkingen van dit jaar: anti-folk band AJJ (voorheen known as Andrew Jackson Jihad) en Schotse rockband Twin Atlantic. Twin Atlantic maakte de overstap van poprock naar unieke (garage) rock met een upbeat twist met hun ode-aan-Schotland ‘GLA’. Het album is doordrenkt met Sam McTrusty’s heerlijke accent en bijzondere toon. Zware riffs en bangers als “Gold Elephant Cherry Alligator” en “Ex El” maken dit album het luisteren – en herbeluisteren – waard. AJJs‘The Bible 2’ is überhaupt nergens mee te vergelijken, zelfs al moeilijk met hun eigen werk. De spot drijven, aanzetten tot nadenken, dat doen de teksten van frontman Sean Bonnette opnieuw en opnieuw. Echter is het paniekerige, het gehaaste uit het album, en is het album eerder cynisch dan destructief.
Ik kijk uit naar dat wat 2017 ons zal gaan brengen op muzikaal gebied, en aan allen de muzikaalste wensen het nieuwe jaar!